Theorie-examen voor personenauto

Het theorie-examen voor personenauto bestaat uit twee onderdelen:
Het examen begint met 25 vragen over gevaarherkenning, waarvan er tenminste 13 goed moeten worden beantwoord.
De vragen worden gesteld aan de hand van beelden van verkeerssituaties, gezien vanuit de positie van de bestuurder.
Gevraagd wordt wat men zou doen in elk van deze situaties.

Er kan worden gekozen uit:

  • Remmen (er is sprake van een onmiddellijk gevaar)
  • Gas loslaten (er zou zich een gevaarlijke situatie kunnen voordoen)
  • Niets (er is geen sprake van enig gevaar)
  • Na de vragen over gevaarherkenning volgen 40 vragen, waarvan de eerste 30 betrekking hebben op wet- en regelgeving en de laatste 10 op verkeersinzicht.
    Van deze 40 vragen moeten er tenminste 35 goed worden beantwoord. Dit deel van het examen bevat ja/nee-vragen, meerkeuzevragen en open vragen. Beide onderdelen vormen samen één examen; er kan geen examen gedaan worden voor de afzonderlijke onderdelen. De kandidaat is alleen geslaagd als hij voor beide onderdelen een voldoende behaalt.

    Zoals al eerder gemeld: vanaf 1 november 2011 is het theoriecertificaat voor auto, motor en bromfiets anderhalf jaar geldig. Als een kandidaat vanaf 1 november 2011 praktijkexamen doet voor auto, motor of bromfiets moet hij dus beschikken over een theoriecertificaat dat maximaal anderhalf jaar geleden is gehaald.